Cameliden

Oorsprong van de cameliden.

Hoewel de cameliden of in het Nederlands de kameelachtigen hun oorsprong vinden op het Noord Amerikaanse continent hebben ze zich miljoenen jaren geleden al verplaatst naar  Zuid Amerika en Azië.
De kameelachtigen die zich in Azië verder ontwikkeld hebben tot de kameel en de dromedaris noemen we de “oude wereld kameelachtigen”. De “new world camelids” zijn de kameelachtigen die zich op het Zuid Amerikaanse continent ontwikkeld hebben. Dat zijn de guanaco, de vicuña, de lama, en de alpaca.

Soort.
Kameelachtigen zijn de enige eeltpotige plantenetende zoogdieren bij de evenhoevigen. Ze hebben eeltkussens met nagels onder hun poten in plaats van hoeven.

kameel in het safaripark de Beekse Bergen
kameel in het safaripark de Beekse Bergen
Kamelen en alpacas bij camping tuinenburg in Zeeuws Vlaanderen
Kamelen en alpaca’s bij camping tuinenburg in Zeeuws Vlaanderen.

 

 

Eigenschappen.
Kameelachtigen hebben in tegenstelling tot herkauwers als koeien, herten, schapen enzovoort geen 4 maar 3 magen. Hun voedsel nog eens nakauwen doen ze wel. Kameelachtigen kunnen het herkauwde voedsel uitspuwen. Dat is hun voornaamste verdedigingswapen tegen aanvallen en ongewenste intimidatie van hun soortgenoten. Hoewel de gemiddelde lichaamstemperatuur rond de 38*C ligt kunnen ze hun lichaamstemperatuur naar de omstandigheden aanpassen tussen 34 en 40 graden Celsius. Cameliden kunnen leven in gebieden met extreme weersomstandigheden. Ze kunnen temperaturen van 40 graden Celsius onder nul tot 40 graden boven nul aan. Verder kunnen ze lang zonder water en voedsel.

Verder naar New world camelids